Naar boven

Duurzaamheid en verantwoordelijkheid

Echte betrokkenheid is duurzaam.

Markt & trends
Finanz- und Berichtsinformationen

Echte betrokkenheid is duurzaam.

Ook tijdens de coronaperiode mogen belangrijke onderwerpen zoals milieu- en klimaatbescherming niet op de achtergrond raken. In tegendeel: ze verdienen blijvende en langdurige betrokkenheid die verder reikt dan de actuele crisis. Het bewustzijn hiervoor bestaat al langer in onze samenleving en heeft voor een fundamentele verandering in onze waarden gezorgd. Ook wij, als grootste zuivelcoöperatie van Duitsland, zien het als onze plicht om verantwoordelijkheid te nemen voor onze acties en ons actief in te zetten voor de bescherming van dieren, mensen, klimaat en milieu. Dit is ook in de bedrijfsfilosofie "Vision 2030" van de DMK Group vastgelegd. De daarvan afgeleide duurzaamheidsstrategie helpt ons nog gerichtere maatregelen te treffen op dit gebied.

Duurzaamheid is voor ons een horizontale opgave. De strategische leidraad wordt daarbij centraal vastgelegd door Corporate Strategy. Verschillende disciplines zoals inkoop, landbouw en arbeidsveiligheid maar ook milieubescherming, energiebeheer en kwaliteitsmanagement zijn betrokken om alle relevante radertjes in beweging te kunnen zetten. Deze disciplines werken zelfstandig aan nieuwe taken op het gebied van duurzaamheid, omdat deze in hun processen zijn verankerd en daarmee een belangrijk onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden vormen.  

Om onze maatregelen nauwkeurig te kunnen coördineren, hebben we de duurzaamheidsstrategie van DMK voor 2030 in vier belangrijke thema's verdeeld: klimaatbescherming, biodiversiteit, dierenwelzijn en mensen. Deze actiegebieden zorgen voor concrete maatregelen waarmee we op alle DMK-locaties en op de boerderijen voor meer duurzaamheid willen zorgen. Daarbij houden we continu de hoge maatschappelijke, zakelijke en politieke eisen in het oog. Ons doel: meer duurzaamheid in de volledige keten.

 

 

„We moeten holistisch denken, ongeacht of het gaat om kwaliteitsborging, arbeidsveiligheid of energiebeheer.“
Karl Eismann, Director Operations (BU Private Label), in gesprek met Thorsten Rodehüser, COO van de Business Unit Private Label

Samen gaan we verder.

Onze bedrijfsfilosofie en onze duurzaamheidsstrategie geven aan op welke gebieden we kunnen en willen aanpakken. Dat vraagt echter om de inzet van iedereen in de DMK Group. Voor ons staat namelijk vast: goed zijn is niet langer genoeg voor ons. We willen elke dag beter worden om dichter bij onze doelen te komen en deze met succes te verwezenlijken.

Om deze reden hebben we in 2020 het programma „TIGER – Continuous Improvement“ in het leven geroepen. Dit moet ook in de komende jaren voor voortdurende uitwisseling tussen de afdelingen van de DMK zorgen. Zo kunnen we samen alle mogelijkheden voor de verbetering van onze processen identificeren en het potentieel dat daaruit voortvloeit aangrijpen - op alle niveaus. Daarbij laten we ons leiden door onze jarenlange ervaring en expertise in de verwerking van melk en richten we ons op een nieuwe bedrijfscultuur waarin persoonlijke verantwoordelijkheid en waardering belangrijk zijn. Alleen op deze manier kunnen we namelijk allemaal een kleine bijdrage aan de grote opgave "duurzaamheid" leveren.

Onze inzet op de boerderijen.

Het is al lang geen geheim meer dat de landbouw wereldwijd tot de grootste veroorzakers van broeikasgasemissies behoort. Al in 2013 hebben we daarom samen met TÜV Rheinland regelmatig de ecologische balans in onze waardeketen onderzocht en in het kader van onze duurzaamheidsstrategie een duidelijk klimaatdoel vastgesteld: We willen de CO2-emissies voor 2030 met ongeveer 15% verlaagd hebben (in vergelijking met 2017). Dit kan alleen lukken als we in de volledige waardeketen optimaliseringen doorvoeren, van de verwerking van rauwe melk tot de verpakkingen en van de inkoop tot het energieverbruik in de fabrieken en de logistiek.

Hier is een bijzondere rol weggelegd voor de boerenbedrijven. Deze zijn in grote mate verantwoordelijk voor het houden en verzorgen van de dieren en daarmee ook voor de kwaliteit van de melk. Hun betrokkenheid is van directe invloed op de gezondheid van de dieren, maar ook op de klimaat- en milieubescherming. Om ze daarbij te ondersteunen, heeft de DMK Group het Milkmaster-programma ontwikkeld. Het betreft een breed concept met meerdere thematische gebieden en actieterreinen. Het programma biedt elk individueel landbouwbedrijf informatie over de huidige situatie qua duurzaamheid, identificeert mogelijke maatregelen en beloont de uitvoering van die maatregelen met een financiële bonus. Het programma heeft sinds 2016 een volume van 110 miljoen euro bereikt. In 2020 bedroeg dit ongeveer 13,4 miljoen euro. Het was grotendeels gebaseerd op belangrijke criteria zoals de gezondheid van de uiers en de levensduur van de dieren, de verzorging van de veestapel door een dierenarts en de toegang tot weidegrond.

 

Duurzaamheid en verantwoordelijkheid voor dieren en milieu beginnen voor ons al bij de keuze van voedermiddelen. Deze bestaan voornamelijk uit circa 70% ruwvoer (kuilgras of -mais, gras, hooi) en voor ca. 30% uit krachtvoer (granen, korrelmais, koolzaad of sojaschroot). In 2020 produceerde ongeveer 84% van onze boeren meer dan de helft van de voedercomponenten zelf of ze kochten deze in de regio. Meer dan 14% gebruikten zelfs uitsluitend voedermiddelen uit eigen productie of afkomstig uit de regio. Samen hebben zij in 2020 grotendeels GGO-vrije melk geleverd, die ook gecertificeerd is volgens de VLOG-norm.

DMK verwerft RTRS-certificaten voor het deel van het melkvolume van de coöperatie waarvoor voeder is gebruikt dat niet onder de VLOG-norm valt. Milkmaster richt zich bij het produceren van voedermiddelen voornamelijk op soja van gecertificeerde herkomst op basis van de FEFAC-richtlijnen, die inmiddels zijn uitgegroeid tot de Europese norm voor duurzame veevoeders en verschillende standaarden erkennen (RTRS, ProTerra, ISCC). In de FEFAC-richtlijnen zijn de minimale standaards voor duurzaam sojaschroot vastgelegd. Het aandeel sojaschroot in het voeder van de DMK-melkproducenten blijkt over het geheel genomen echter aanhoudend te dalen.

 

Inzet regionaal geteelde voedermiddelen in 2019Aandeel in %
Bedrijven met uitsluitend (100%)13,9
Bedrijven met overwegend (>50%)83,4
Bedrijven met minder dan de helft (<50%)2,7
Regionaal geteelde voedercomponenten als percentage van het totale rantsoen, gebaseerd op eigen schattingen

Het welzijn en de gezondheid van de koeien liggen onze boeren van nature na aan het hart. Niemand weet namelijk beter hoe belangrijk het welzijn en de gezondheid van de dieren zijn voor de productie van melk van hoge kwaliteit.

Hun levensomstandigheden spelen daarbij een belangrijke rol. Ongeveer 90% van de door DMK verwerkte melk komt van boerderijen waarbij loopstallen de norm zijn. Hier kunnen de dieren zich vrij bewegen en hebben ze een gezonder leven. Daarnaast ondersteunt de DMK Group de weidegang en beloont deze met bonussen in het kader van het Milkmaster-programma. We bieden de boeren ook uitgebreid advies over het veranderen van hun houderijsysteem en we bekijken samen de mogelijkheden om dit toe te passen. Daardoor hebben meer landbouwbedrijven de kans om deze duurzamere vorm van veehouderij in te voeren, al is dat doorgaans complexer en brengt het hogere kosten met zich mee dan andere houderijsystemen.

 

1: Basisevaluatie van auditgegevens over huisvestingssystemen en aanvullend onderzoek
2: Aantal koeien per bedrijf van de melkproducenten van Deutsches Milchkontor eG en de contractleveranciers van DMK GmbH

Naast de juiste levensomstandigheden staat ook de gezondheid van de dieren al lang centraal. Daarom voorziet het Milkmaster-programma ook in omvattende stimuleringsmaatregelen voor alle boerderijen. Alle landbouwbedrijven verplichten zich tot een externe audit met het oog op kwaliteitsborging. In het kader hiervan worden diverse gegevens verzameld die zowel voor de boer als voor het bedrijf belangrijke kerncijfers opleveren voor de planning en de uitvoering van de maatregelen.

Nadat we al in 2019 fundamentele wijzigingen in het Milkmaster-programma hadden gepresenteerd, volgde tijdens dit boekjaar de invoering in de praktijk. De impuls voor de aanpassingen kwam van de boeren zelf, die in Milkmaster een handig instrument voor hun werk zien. Door de veranderingen moet het programma nog eenvoudiger worden in het gebruik. Om dit doel te bereiken, hebben we vooral de complexiteit van het bonusprogramma aangepakt. Ook wordt de jaarlijkse zelfbeoordeling door de boeren als voorwaarde voor de Milkmaster-bonus afgeschaft.

Verder bestaat er vanaf boekjaar 2020 een nieuw schema voor de audits. Aangekondigde QM-audits worden nu in principe na drie jaar of, indien de scores niet gehaald worden, na anderhalf jaar uitgevoerd. De bonuscontrole verloopt niet meer via eigen DMK-audits, maar via het nieuw ontwikkelde online platform "myMilk".

Het platform is daarbij een belangrijke factor om de complexiteit voor de boeren nog verder te beperken. Na slechts een jaar ontwikkeltijd verving het platform de "Webmelker" en werden verschillende functies gecombineerd in een eenvoudiger toepassing. Inmiddels hebben zich 4.650 boeren bij myMilk geregistreerd. Ze hebben daardoor nog eenvoudiger toegang tot belangrijke informatie en functies die hen bij hun dagelijkse werk helpen.

 

Onze inzet in de fabrieken.

Melkproductie is slechts een van de onderdelen van de DMK-duurzaamheidsstrategie. Ook in de melkverwerking worden continu nieuwe mogelijkheden voor meer duurzaamheid geïdentificeerd en gerealiseerd. Een belangrijke factor hier: het energiebeheer in de DMK-fabrieken. 

Ook in 2020 werd dit op alle locaties grondig gecontroleerd om de opwekking en het verbruik van energie zo efficiënt en milieuvriendelijk te maken. Wat energiebeheer betreft werden alle productievestigingen met succes gecertificeerd conform DIN EN ISO 50001 (de wereldwijd geldende norm voor systematisch energiebeheer), waarmee ze aan de hoogste eisen voor verantwoord energiegebruik voldoen. Zo besparen we dankzij deze efficiëntiemaatregelen jaarlijks rond de 25 miljoen kWh aan energie binnen de DMK Group.

Bovendien ontving de fabriek in Edewecht vorig jaar een bijzondere onderscheiding. -Deze vestiging ontving een prijs van het Duitse energieagentschap dena voor haar vuurtorenproject wegens de op locatie uitgevoerde en geplande maatregelen voor energie-efficiëntie en vermindering van de CO2-emissies. Ook in de andere DMK-fabrieken is het energieverbruik in 2020 gedaald in vergelijking met het vorige jaar. Daarmee wordt de positieve trend voortgezet: in totaal is het energieverbruik bij de DMK-locaties sinds 2011 al met 17% gedaald.

 

 

Direct energieverbruik (kWh)202020192018
Totaal1.526.283.1771.471.028.2611.489.191.487
Daarvan uit niet-hernieuwbare energiebronnen1.512.049.7121.459.152.2221.483.917.412
Elektriciteit348.268.982284.491.217298.250.903
Aardgas1.051.376.6081.053.050.2591.042.476.655
Stadsverwarming46.052.33846.811.55653.274.639
Diesel65.184.00087.810.39086.079.879
Vloeibaar gas566.385661.414743.947
Stookolie749.6601.978.7252.991.379
Daarvan uit hernieuwbare energie14.233.4051.876.03914.274.075
Waterkrachtenergie00392.036
Biomassa14.085.14411.876.03913.882.039
DMK GmbH inclusief alle 75%-dochtermaatschappijen, excl. DOC Kaas. De basis voor het winnen van directe energie uit niet-hernieuwbare energiebronnen is de daadwerkelijk gebruikte hoeveelheid energie. De basis voor het winnen van directe energie uit hernieuwbare energiebronnen is bij biomassa de aankoop resp. omrekening van het houtverbruik. Biomassa in de vestiging Waren. De geproduceerde hoeveelheid elektriciteit uit waterkracht viel weg door de verkoop van de vestiging Rimbeck.
„We controleren zorgvuldig en draaien dan aan de juiste knoppen om de hele productie van de DMK-groep duurzamer te maken“
Klaus Landwehr, Head of Energy Management

De DMK Group zal zich ook in de toekomst bezig blijven houden met efficiënt en verantwoord gebruik van energie. Om onze bijdrage aan de door de Duitse regering nagestreefde energietransitie te leveren, doet de onderneming al meerdere jaren onderzoek in het kader van de Kopernikus-projecten, gefinancierd door het Duitse Federale Ministerie van Onderwijs en Onderzoek.

In het deelproject "SynErgie" onderzoeken we de mogelijke flexibilisering van het energieverbruik in de fabrieken zodat we in de komende jaren meer elektriciteit uit duurzame bronnen kunnen betrekken. Daartoe zijn met name de energie-intensieve productieprocessen in de melkverwerking onder de loep genomen, waaruit een aantal opties is afgeleid waarmee we natuurlijke fluctuaties in het aanbod van wind- en zonne-energie kunnen opvangen. De modelrekening is hierbij een belangrijk instrument. Deze houdt rekening met deze schommelingen en vergelijkt het energieverbruik in de fabrieken met het aanbod op de elektriciteitsmarkt.

 

Naast energie is water een van de belangrijkste hulpbronnen waarmee we in de fabrieken werken. Alleen daarom al willen we er verantwoord mee omgaan. Het ISO-14001-certificaat, dat aan de basis van ons volledige milieubeheer staat, is hiervoor bepalend.

In een zuivelfabriek worden tijdens de verschillende productiestappen verschillende soorten afvalwater geproduceerd. Er ontstaat bijvoorbeeld afvalwater tijdens de productie als gevolg van verhitting en koeling, als damp uit de melk tijdens het indampen en in veel andere processen in de fabrieken. Daarnaast wordt er ook afvalwater geproduceerd tijdens de dagelijkse schoonmaak- en ontsmettingsprocessen.  Omdat dit water vreemde stoffen bevat, moet het in veel gevallen worden afgevoerd omdat het niet zomaar in het milieu mag worden geloosd..  Dit levert echter flinke uitdagingen op het gebied van transport op. Daarnaast hebben steeds meer regio's in Duitsland inmiddels te maken met waterschaarste. 

Daarom zijn er in 2020, net als in de voorgaande jaren, verschillende maatregelen in de fabrieken getroffen om het waterverbruik, de afvoer en het hergebruik van afvalwater efficiënter te maken. De nadruk lag vooral op het hergebruik van RO-permeaat en dampen, alsmede op projecten ter optimalisering van de productie- en reinigingsprocessen.

We doen bovendien onderzoek met het Oldenburgisch-Ostfriesischen Wasserverband (OOWV) in het kader van het EU-initiatief "B-WaterSmart". De bedoeling is samen in Edewecht een proefinstallatie op te zetten waarin dampen (fijne, met onzuiverheden verontreinigde condensaten die tijdens het indampen van de melk ontstaan) veilig in drinkwater worden omgezet. Als kan worden aangetoond dat dit ambitieuze project technisch haalbaar is, zal het in de toekomst op alle DMK-locaties worden ingezet.